|
|
|
|
Roofvissen
In rivieren en zeeën komen ook roofvissen voor. Sommige rovers zijn zelfs gevaarlijk voor de mens. Een roofvis behoort tot de carnivoren en verorberd met name andere dieren. Ze eten niet alleen andere vissen, maar bijvoorbeeld ook kikkers, schildpadden en vogels. Bekende voorbeelden van roofvissen zijn snoeken, meervallen, piranha’s en haaien.
Snoek
De snoek is een grote zoetwatervis die ook in Nederlandse rivieren rond zwemt. De snoek heeft een lang, uitgerekt lichaam met in verhouding vrij kleine vinnen. De bek van een snoek heeft iets weg van een snavel. Een opvallend detail van de snoek is dat de onderkaak langer is dan de bovenkaak. Niet alle snoeken hebben dezelfde kleur. Er zwemmen groenbruine tot grijsbruine snoeken rond. De stippen op een snoek zijn vaak goudkleurig. De buik van een snoek is geelwit van kleur. Vrouwtjes snoeken worden over het algemeen groter dan mannetjes snoeken. De lengte van een ‘dame’ kan uitkomen op 1,40 meter, terwijl een mannetje vaak niet groter wordt dan 85 centimeter.
Meerval
De meerval is te vinden in verschillende Europese rivieren. De grootste meerval ooit in Europa gevangen, woog meer dan 100 kilo en was ongeveer 3 meter groot. Een opvallend detail van de meerval zit bij de vinnen. Hier zit namelijk een hard en hol doorntje waarmee de vis kan steken. Sommige meervalsoorten kunnen zelfs een giftige proteïne afscheiden. Er zijn ook meervallen die elektrische schokken kunnen veroorzaken, maar deze vissen hebben geen hoorntje bij de vinnen.
Piranha
Een zoetwatervis die alleen in Zuid Amerika voorkomt, is de piranha. De vis is bekend (en berucht) om zijn honger naar vlees en vlijmscherpe tandjes. Het visje leeft alleen in het Amazonegebied. Het verhaal dat piranha’s in recordtempo een mens op kunnen eten, is een fabeltje. Een gemiddelde piranha wordt tussen de 15 en 25 centimeter groot, maar er zijn ook piranha’s gesignaleerd met een lengte van 40 centimeter.
|
|